Ouders in gesprek met wethouder Kukenheim

26-10-2020 | ‘Wanneer ben jij het gelukkigst?’ Met deze vraag begonnen we de voorstelronde tijdens de oudertafel. Dat leverde gelijk mooie en warme antwoorden op. Denk aan: een kind dat naar je toe rent voor een knuffel of samen met je kind de dag afsluiten in bed. Een mooie bodem om daarna de diepte in te duiken met elkaar. Tijdens de oudertafel op 29 september kregen vier ouders de mogelijkheid om in gesprek te gaan met wethouder Kukenheim over hun ervaringen met jeugdhulp. Ook sloten er enkele van haar collega’s vanuit de gemeente aan. Onze ervaring is namelijk dat we de meeste impact kunnen creëren als jongeren en ouders zelf het gesprek aan gaan met de gemeente. Tijdens de bijeenkomst stond luisteren centraal. Met als doel dat iedereen zo goed mogelijk van elkaar begrijpt waar ervaringen vandaan komen en wat je daarvan kan leren.

Onderstaand lees je een inhoudelijk verslag van de avond.

Matching in de pleegzorg
Na een positieve en warme start, nam het gesprek al snel een serieuzer karakter aan. Een pleegvader trapt af met zijn verhaal. Hij is al zo’n 13 jaar actief als pleegouder, in verschillende vormen. Recent heeft hij helaas een traject moeten afbreken, na 8 jaar. Dat is spijtig, maar voor alle partijen een mogelijkheid om iets van te leren. Hij beschrijft hoe de gezinsbegeleider eigenlijk niet goed paste bij het gezin. “Het is merkwaardig dat veel aandacht is voor de juiste matching tussen pleegouder en pleegkind, maar dat je een gezinsbegeleider zomaar krijgt toegewezen.” En dat terwijl een goede samenwerking tussen beide partijen van groot belang is in het verloop van een plaatsing. Ideaal zou zijn als pleegouders en de potentiële begeleider elkaar vooraf kunnen spreken, om te bekijken of er een match is. Een andere (pleeg)moeder sluit zich hierbij aan. Zij bevindt zich in een ingewikkelde situatie, haar pleegkind is namelijk ook haar biologische kleindochter. “Wat knelt is dat ik de biologische ouders geen feedback kan geven, zonder dat er een emotionele lading aan hangt of zonder zelf emotioneel betrokken te zijn.” Haar gezinsbegeleider luistert wel, maar slaat volgens haar vaak nét de plank mis als het gaat om hulp en advies. Meermaals heeft zij gevraagd om een andere begeleider, maar dat is tot op heden nog niet gebeurd. “Ik wil graag een begeleider die de situatie beter begrijpt, iemand die meedenkt. Het kan toch niet zo zijn dat dit de eerste keer is dat zo’n situatie voorkomt?”.

Ik heb een klacht – en dan?
Als de samenwerking in de jeugdhulp niet verloopt zoals gewenst is dat uitputtend voor alle partijen. En een klacht indienen is niet makkelijk en er is weinig vertrouwen in de afhandeling ervan. “In eerste instantie dien je een klacht over de organisatie bij diezelfde organisatie in. Wat is de neutraliteit van zo’n klachtencommissie? En het vindt ook nog eens plaats op kantoor van de organisatie zelf. Als jij weg gaat blijft de rest nog even samen hangen…”. De pleegvader vindt dat de pleegzorgorganisatie te veel belangen te behartigen heeft, namelijk die van het kind, de pleegouders, de biologische ouders en die van hun medewerkers. Logische dat het ingewikkeld wordt, dat is te veel. Een andere moeder beaamt zijn kritiek. Ook zij wilde na een lang en uitputtend proces en klacht indienen. “Toen in de klachtenprocedure las, dacht ik al dat het niet zoveel zin had. De medewerker heeft 8 uur om met haar leidinggevende te praten. En daar krijg ik een kwartiertje tegenover. Daar had ik echt de energie niet meer voor.”

Voor de pleegvader heeft het hele traject ervoor gezorgd dat hij en zijn vrouw hebben overwogen om te stoppen met pleegzorg. Maar naast de redenen om te stoppen waren er voor hen toch nog meer redenen om het wél te blijven doen. Zijn belangrijkste tip aan de wethouder? Zorg dat je pleegouders vast houdt. Zorg dat ze willen blijven.

De uitputtende zoektocht naar passende hulp
Een van de moeders vertelt hoe zij geworsteld heeft om zorg te krijgen voor haar kind. Wat begon als faalangstsymptomen heeft er uiteindelijk toe geleid dat haar 9 jarige dochter niet meer naar school kon. Toen zij in eerste instantie om hulp vroeg (de nood was toen al behoorlijk hoog), duurde het een week voordat zij antwoord kreeg. Na nogmaals uitgelegd te hebben dat er nu écht hulp nodig was, kreeg zij te horen dat het budgetplatfond van de organisatie bereikt was. Pas in het nieuwe jaar was er weer plek voor haar dochter. “Toen heb ik maar direct de wethouder en raadsleden gemaild. Gelukkig kwam hier snel een reactie op en werd het geregeld. Maar helaas is dit nieuws nooit aangekomen bij de gezinsbegeleider.”

Op eigen initiatief zijn de ouders naar een particuliere kindercoach gegaan. Zij betalen nu wekelijks €85,- uit eigen zak. Veel geld, maar het helpt. Hun dochter gaat weer naar school. Dat geldt helaas niet voor de moeder. Zij heeft zich overspannen moeten melden bij haar werk. “Ik dacht elk jaar van: een keer ga ik omvallen. En dat omvallen gebeurde dus nu hierdoor.” Op de vraag van de wethouder wat zij nodig had gehad in dit proces antwoordt ze dat er gewoon iemand met haar dochter had moeten komen praten. Kijken wat er nou echt aan de hand is. “Je wordt de hele tijd heen en weer geschoven en niemand neemt verantwoordelijkheid.”

Het was een intens, emotioneel en open gesprek. De urgentie van alle ervaringen komt ook heel duidelijk naar voren en de wethouder (en haar collega’s) gaan hier goed en duidelijk op in. Zij zien de noodzaak. Maar wat bovenal opvalt aan de avond is de kracht die deze (pleeg)ouders hebben en uitstralen. Daar kan je alleen maar bewondering voor hebben!

P.S. Door technische problemen kon één ouders haar verhaal niet goed delen. Deze ervaring kun je volgende maand lezen in de vorm van een column.